maandag 27 juni 2011

Vancouver Island

Victoria

"The Best Place on Earth" - zo luidt het officiële motto van de Canadese provincie British Columbia. Als je er nog nooit geweest bent, denk je misschien dat een beetje meer bescheidenheid de bedenkers van deze slogan wel zou hebben gesierd. Je hoeft echter maar één keer op Vancouver aan te vliegen om al je bedenkingen te laten varen: het is er gewoon weergaloos mooi! De aan een natuurlijke haven gelegen stad, omringd door groene eilanden en witte bergtoppen, vanuit de lucht heb je er een prachtig uitzicht op. Ook als ik een goed uur na de landing op de veerboot naar Vancouver Island zit, en ik vanaf het zonnedek dicht beboste eilandjes, zeilbootjes en houten boothuisjes voorbij zie komen, kan ik niet anders dan toegeven dat het hier erg mooi is!

Victoria

Victoria, de op Vancouver Island gelegen hoofdstad van BC, is een soort kleine afgezwakte versie van Vancouver. Hier geen glanzende wolkenkrabbers en weelderig Stanley Park, maar wel een haventje waar de bootjes en watervliegtuigjes vertrekken en aankomen, een seawall die je de hele stad rond langs het water voert, en park en strand op loopafstand van het centrum. Met slechts 78.000 inwoners is het allemaal wat gemoedelijker dan Vancouver. Het tempo ligt op eilandniveau: behoorlijk laag. Er is een onevenredige hoeveelheid kleine onafhankelijke winkeltjes en koffieshopjes. Op de markt verkopen de locals hun zelfgemaakte frutsels en etenswaren, en overal in de stad spelen straatartiesten. Kortom, een gezellige boel, leuk om één of twee dagen rond te banjeren, maar dan heb je het ook wel gezien want verder gebeurt er niet zo veel.

Cumberland

Na twee dagen in Victoria pak ik dan ook de Greyhoundbus die langs de oostkust van het eiland naar het noorden rijdt. Onderweg wederom mooi uitzicht op de prachtige omgeving, die wel een beetje aan Noorwegen doet denken. Na een overstap in Nanaimo, pak ik in Courtenay de lokale bus naar Cumberland. Tot voor kort bevolkt door mijnwerkers en houthakkers, is dit plaatsje sinds enige jaren overgenomen door mountainbikers, die een bijna oneindig netwerk van singletrack in de omgeving hebben aangelegd.

Ik had een kamer geboekt in The Riding Fool, het eveneens door mountainbikers gerunde hostel. Dat blijkt tussen 2 en 4 gesloten, en ik kom natuurlijk 5 over 2 aan met de bus. Even informeren in de bikeshop in hetzelfde gebouw, waar men een mooie oplossing weet: kleed je om in de wc, pak een fiets, en ga een rondje mountainbiken tot 4 uur! Zo gezegd zo gedaan, en even later rijd ik de singletrack op. Een waar doolhof van trails, niet makkelijk wijs uit te worden, maar een leuk voorproefje van wat komen ging.



De volgende dag heb ik afgesproken met Martin van Island Mountain Rides voor een gegidste tocht. We rijden direct vanuit het hostel het naastgelegen bos in. Via steile gravelwegen klimmen we omhoog. Dan kan de pret beginnen. De een na de andere singletrackafdaling schiet voorbij. Hier en daar behoorlijk technisch, maar steeds goed te doen. Nauwe slingerpaadjes door dichte bossen worden afgewisseld met open stukken waar recent flink gekapt is. Pure downhilltrails worden gevolgd door echte XC-trails die op en neer gaan. De diversiteit is enorm. De open stukken bieden uitzicht op besneeuwde bergtoppen en idyllische meertjes. Martin wijst in de verte aan waar nog meer trails te vinden zijn. Forbidden Plateau, een XC-paradijs. Mount Washington, het bekende bikepark met diverse lift served DH-trails. Het is duidelijk, rond Cumberland kun je wel een tijdje vooruit qua singletrack. Wij houden het na 3 uurtjes voor gezien, de laatste zeer technische XC-trail die steil maar op en neer bleef gaan heeft me behoorlijk gesloopt. Via een lange rechte singletrackafdaling knallen we terug het dorp in. Ik spreek meteen maar met Martin af voor de volgende dag, want dit vraagt om meer!

Hornby Island

Na de rit in Cumberland de vorige dag, staat nu Hornby Island op het programma. Dit is een klein eilandje voor de kust van Vancouver Island. Met de bus van Island Mountain Rides rijden we naar de veerpont, waar John uit Schotland zich bij ons aansluit. We steken eerst over naar Denman Island, waar we de bikes van de bus laden en de tweede veerpont op fietsen, naar Hornby Island.



Na een korte klim over een brede gravelweg, bereiken we de trailhead. Hornby Island heeft de vorm van een wig: aan één kant is het eiland heel steil, de rest van het eiland loopt heel flauw naar beneden af. Wij volgen een trail die langs de steile kant omhoog loopt. Het uitzicht over de oceaan, Denman Island, en Vancouver Island is meteen spectaculair. Halverwege de klim draaien we bijna 180 graden en klimmen verder, nu met het uitzicht aan de linkerkant.

Eenmaal boven kan, na een lunchpauze op een uitzichtpunt, het singletrackfeest beginnen. Aan de vele fantastische trails op deze flauw aflopende kant van het eiland wordt al 20 jaar gewerkt, ze zijn inmiddels dan ook bijna geperfectioneerd. Snelle goed lopende singletracks met veel flow slingeren tussen de bomen door. De grond is bedekt met een dikke laag mos, met de ogen op de trail gericht snelt de hele wereld als een felgroene waas aan ons voorbij. Het zelfde patroon herhaalt zich keer op keer: we klimmen een stukje, en weer vliegen we via eindeloze slingerende paden omlaag. En nog een keer. En nog een keer. En nog een keer.....

Na een korte pauze bij waarschijnlijk de kleinste bikeshop ter wereld, volgen we een stukje vlakke trail door een bos, aan het einde waarvan zich plotseling een prachtige baai met een wit strand openbaart. Het begint er aardig op te lijken dat we in het paradijs zijn beland!

De dag loopt nu aardig op z'n einde en we moeten de veerpont terug nog halen. Via de weg en wat singletracks daarlangs stoempen we richting haven. Een welverdiend biertje zit er helaas niet in aangezien de havenkroeg er nogal eigenzinnige openingstijden op na houdt. Het mag de pret niet drukken, het is een geweldige dag geweest in misschien wel hét singletrackparadijs!

Vancouver

Na de avonturen op Vancouver Island neem ik weer de bus en de veerboot naar het vasteland. Even bijkomen in Vancouver. Het valt nog niet mee om onderdak te vinden, want de Vancouver Canucks spelen dat weekend in de finale van de ijshockeycup. Uiteindelijk weet ik echter via AirBnB een fantastische slaapplek te vinden in West End, op loopafstand van Stanley Park, en het strand in English Bay. Als ik 's avonds richting centrum loop om wat te gaan drinken met twee Duitse meiden die een week eerder in het vliegtuig naast me zaten, kom ik midden in het feest van de hockeyfans terecht. De Canucks hebben gewonnen, het is een dolle boel. Een week later zullen ze de beslissende wedstrijd echter verliezen en wordt het centrum van Vancouver kort en klein geslagen (ja, daar ook dus). Nu is het echter één en al vrolijkheid. De volgende dag beperk ik me tot een rustige wandeling rond Stanley Park. Wat is het hier toch mooi! Perfect om weer op te laden voor het volgende avontuur onder de middernachtzon in de Yukon Territory!

maandag 30 mei 2011

Provence

20110516-Provence-0249

Even lekker alleen er tussenuit. Tent en mountainbike achterin de auto en rijden maar. Eigenlijk is er maar één plek op de wereld waar ik dan heen wil: Frankrijk. En liefst een beetje zuidelijk. Mooi weer, prachtige omgeving, lekker eten, geweldig mountainbiken. En na het gevecht met het Quebecois-Frans, is dat Franse Frans ineens heel goed verstaanbaar!

Zo reed ik half mei in het van Jacko in bruikleen gekregen Peugeot 205je richting zuiden. Eerste stop Avignon. Op de stadscamping op een eilandje in de Rhône stond m'n tentje zo recht tegenover de Pont d'Avignon! Lopend de ommuurde stad bekeken, het pauselijk paleis, het uitzicht vanaf de Rocher des Doms. Prachtige stad, maar wel een beetje een museumstuk. Ik miste een beetje de 'vibe'.

Vanuit Avignon ook de Pont du Gard bezocht, dat indrukwekkende Romeinse aquaduct dat je in alle geschiedenisboekjes ziet. Nog meer Romeinse historie in Glanum, de archeologische opgraving nabij Saint-Rémy-de-Provence. Vlak naast het klooster waar Van Gogh nog een tijdje gezeten heeft. De menigmaal door Vincent geschilderde olijfbomen, met op de achtergrond de grillige pieken van de Alpilles, staan er nog steeds. Je loopt er eigenlijk zo zijn schilderijen in. Leuk!

Na deze culturele uitstapjes ben ik verhuisd naar Apt, toegangspoort tot het Luberonmassief. Een heerlijke kleine camping op loopafstand van het leuke oude centrum, en een bijna oneindige voorraad trails in de omgeving, om op de mountainbike te ontdekken. Ouderwets ben ik met topokaart en Franse routebeschrijvingen op pad gegaan. Af en toe de weg kwijt natuurlijk. Maar ook fantastische singletracks ontdekt. 's Avonds potje koken op de camping. 's Ochtends vers croissantje. Uiteindelijk 6 nachten blijven staan, in plaats van de geplande 3. En ik had rustig nog een week kunnen blijven. Zeker toen ik ook nog door een lokale mountainbiker werd uitgenodigd. Ik wilde echter ook nog naar Aix-en-Provence.

Met de Fransman maar afgesproken dat ik na de zomer nog een keer kom, en koers gezet naar de stadscamping bij Aix. Flink warm daar, dus heel rustig de stad in gelopen. En wat voor een stad! Dat is nog eens iets anders dan Avignon: een bruisende studentenstad, met vele mooie jongens en meisjes die met grote zonnebrillen over de Cours Mirabeau paraderen, op één van de vele terrasjes zitten te eten en drinken, of lekker door de smalle straatjes van Vieil Aix struinen. En dat op een steenworp afstand van La Montagne Sainte-Victoire, een indrukwekkend bergmassief dat ook op menig schilderij van Cézanne te vinden is. En zelfs nog dichter bij bleek er heel wat outdoorpotentieel te zijn. Direct vanaf de camping, onder de rook van Aix, heb ik een prachtige rit op de mountainbike gemaakt, inclusief een singletrackafdaling waar je nekharen recht van overeind gaan staan. Aix-en-Provence is met stip gestegen in de lijst van plaatsen om te wonen...

Helaas zat mijn tijd in Frankrijk er al weer op. Op de terugweg neergestreken bij Paul in de Belgische Kempen, we zijn weer helemaal bijgepraat onder het genot van een goede fles wijn. En zo zit ik inmiddels weer in Noordwijkerhout, op het oude nest. Met mijn gedachten nog bij de Provence, staat mijn tasje alweer klaar voor vertrek naar Canada komende zaterdag.

Aix mountain biking

vrijdag 8 april 2011

Roadtrip Arizona

Monument Valley

Hij stond al heel lang op de planning: onze trip naar Arizona. Even lekker ontdooien in het zuiden, aan het eind van de koude en vooral lange winter in Montreal. Eind maart is het eindelijk zo ver en stappen we na een vlot verlopen reis, aan het begin van de middag in onze huurauto op het vliegveld van Phoenix. Onze roadtrip kan beginnen!

We zetten meteen koers richting Sedona, een kleine twee en een half uur ten noorden van Phoenix. Sedona ligt middenin een prachtig gebied vol grillige rode rotsformaties. Een paradijs voor wandelaars, mountainbikers en fotografen. Daarnaast komen in Sedona meerdere vermeende aardlijnen samen, wat een bonte verzameling van hippie- en new age-achtige figuren aantrekt. Dit alles resulteert in een gezellig toeristisch dorpje met een bijzonder relaxte en alternatieve sfeer. Wij doen er vandaag echter alleen onze hoognodige boodschappen, en rijden snel door naar de camping in de prachtige Oak Creek Canyon, om voor het donker wordt onze tent op te zetten.

Manzanita CampgroundNa een koude nacht in de tent, lopen we de volgende ochtend de West Fork trail, door een zijtak van de canyon. De trail is niet moeilijk of zwaar maar kruist vele malen het riviertje dat door de canyon loopt. Zo vroeg in het jaar barst deze bij uit zijn voegen van het koude, snelstromende smeltwater waardoor doorwadingen niet mogelijk zijn. We moeten dus via geïmproviseerde bruggen van takken en boomstammen oversteken, wat niet altijd meevalt. Het uitzicht is onderin zo'n diepe kloof eigenlijk ook beperkt, en halvewege houden wij het dan ook voor gezien en keren om. Een lekker opwarmer maar nog niet het spectaculaire Sedona waar we ons op verheugd hadden. We besluiten wat door de omgeving rond te rijden en parkeren bij een willekeurig uitzichtpunt bovenop de rand van de canyon. We lopen een stukje de daar beginnende hiking trail op, en meteen worden we op de meest prachtige uitzichten getrakteerd. Bizarre rode rotsformaties in de verte, de kloof in de diepte, en direct om ons heen cactussen en andere woestijnplanten. Dat is al een stuk beter! Tevreden keren we terug naar de camping voor een onvervalst kampeermaal. 's Avonds wapenen we ons dit keer goed tegen de kou en stoken een goed kampvuur.

Mountain Biking Sedona Red Rock Loop


De volgende dag begeven we ons naar de Bike & Bean, een gecombineerde fiets- en koffieshop, waar ik een mountainbike gereserveerd heb. Met een handgetekend kaartje van de shop vertrek ik richting Cathedral Rock voor een prachtige rit. Steph maakt tegelijkertijd een wandeling rond de klokvormige Bell Rock. Het wordt een fantastische dag waarbij we ons allebij apart vergapen aan de geweldige uitzichten over dit bizarre landschap. De mountainbiketrail voert tot aan de voet van de indrukwekkende, schoortsteenachtige rotstorens bovenop Cathedral Rock. De trail is fantastisch en bevat alles wat mountainbiken mooi maakt. Terug bij de Bike & Bean wacht ik met een bakkie koffie op Steph, die even later ook dolenthousiast terugkeert. We sluiten de dag in stijl af door met de auto nog even de Red Rock Loop te rijden, een "scenic drive" met, jawel, uitzicht op de rode rotsen rondom.

Hoewel we nog wel langer in Sedona willen blijven, roept de volgende bestemming alweer. Dus pakken we 's morgens vroeg de tent in en gaan op weg naar de Grand Canyon. We verwachtten een saaie lange rit door een platte woestijn, niet is echter minder waar want de weg voert ons over een prachtig bebost hoogplateau, omringt door de besneeuwde toppen van de San Francisco Peaks. Na deze aangename verrassing rijden we inderdaad een meer woestijdachtig landschap in, en even later rijden we het Grand Canyon National Park binnen. De camping is snel gevonden en nog voor de middag begonnen is staat onze tent, en kunnen we de gratis shuttlebus pakken naar Mather Point, voor onze eerste glimp van de bekende Grote Kloof. Deze is indrukwekkend (en vooral groot), maar lang niet zo mooi als Sedona! Het felle licht zo midden op de dag doet de canyon geen recht. Beter wordt het later in de middag, als we ons op Hopi Point installeren voor de zonsondergang. Het warme licht van de lage zon licht de grillige vormen in de canyon prachtig rood uit. Een harde wind is inmiddels komen opzetten en als de zon onder is, vluchten we snel voor de kou en duiken een restaurent in. Zo midden in Grand Canyon Village verwacht je een veel te dure toeristenfuik, maar dat valt alles mee: het eten is lekker en niet duur, en we worden bijzonder vriendelijk geholpen. Met een volle maag duiken we even later de tent in voor de koudste nacht tot nu toe: we zijn hier ruim boven de tweeduizend meter en de temperatuur daalt tot twee graden onder nul! Brrr!

Highway 180 Grand Canyon


Zag de Grand Canyon en vanuit vogelperspectief indrukwekkend uit, de volgende dag krijgen we een close-up als we de South Kaibab Trail lopen. Via supersteile haarspeldbochten slingert dit pad langs de wand naar beneden de kloof in. Helemaal naar beneden is in één dag praktisch niet mogelijk (je moet namelijk ook weer omhoog!), maar je kunt een heel stuk afdalen naar verschillende uitzichtpunten. De rotsformaties die van bovenaf nog heel klein leken, blijken van dichtbij gigantisch groot, en langzaam dringt de schaal van dit natuurwonder tot ons door. Nadat we op het verste punt omdraaien, moeten we dat steile pad nu omhoog ploeteren. De zon schijnt inmiddels volop, en gecombineerd met de inspanning, lopen we al snel warm en kunnen strippen we de laagjes kleding één voor één af tot we in korte mouw lopen. De knieën krijgen het zwaar te voorduren tijdens de klim maar toch nog redelijk vlot staan we weer bovenop de rand van de canyon. Dit was de zwaarste hike van deze trip en hij zit erop!

South Kaibab Trail South Kaibab Trail


Hoewel we de camping voor drie nachten gereserveerd hadden, hebben we inmiddels eigenlijk alles gezien wat we wilden zien, en aangezien het 's nachts wel érrug koud is, vertrekken we een dag eerder. We krijgen zowaar een refund voor de derde nacht, en zetten koers richting Page in het Navajo Reservaat. Voor we Page binnenrijden nemen we een kijkje bij Horseshoe Bend, waar de Colorado Rivier een mooie slinger maakt in de vorm van een hoefijzer. Van bovenaf heb je er prachtig uitzicht op. Het is opvallend rustig en er zijn geen hekken waardoor we op het gemak over de rode rotsen kunnen struinen en op onze buik liggend over de rand van de kloof kunnen kijken. Na 5 koude nachten in de tent nemen we in Page een hotelletje om even bij te komen, en de was te doen. Onder de geimproviseerde waslijn in onze kamer vallen we als een blok beton in slaap in onze grote hotelbedden.

Naast Horseshoe Bend is Page vooral bekend om nog een ander geologisch wonder: Antelope Canyon. Dit is een supernauwe kloof met de meest prachtige vormen, achtergelaten door miljoenen jaren van erosie. Je kunt er alleen met een georganiseerde toer in, dus worden we 's ochtends met een stel andere toeristen achterin een paar pickups geladen en naar de canyon gereden. Hier wordt de groep als een kudde vee de smalle canyon doorgejaagd, waarbij de gidsen in rap tempo aangeven waar je foto's van moet maken. Wij blijven een beetje achteraan slenteren, waardoor we zo nu en dan vrij baan hebben om op het gemak onze eigen foto's te maken. De kloof is een genot voor de ogen, de meest wilde vormen worden door het schaars invallende licht in duizend verschillende tinten rood uitgelicht. We weten niet meer waar we foto's van moeten maken: waar je ook kijkt, je ziet steeds een ander kunstwerk.

Horseshoe Bend Antelope Canyon


Na dit zoveelste natuurwonder, zetten we koers naar het volgende: Monument Valley. Bekend als achtergronddecor van vele westernfilms, en inmiddels een National Monument beheerd door de Navajo Tribe. Vanaf de highway doemen de karakteristieke rotsformaties al op aan de horizon. Eenmaal in het park, rijden we de onverharde weg tussen de rotsen door. Ook hier weer prachtige plaatjes waar je ook kijkt, en je verwacht eigenlijk op elk moment dat John Wayne op zijn paard achter zo'n rots vandaan komt rijden. Helaas trekt de lucht dicht en is het warme avondlicht voor de mooiste foto's ons niet gegund. We besluiten daarom maar om de dag vervroegd af te sluiten en opnieuw een hotelletje te zoeken om wat uit te rusten, en de invulling van de resterende dagen van de trip te bepalen.

We hebben nog wat dagen "over" en eigenlijk weten we al wat we daarmee willen doen. In het oosten, op de grens met New Mexico, ligt Canyon de Chelly, een flink eind omrijden maar naar verluid de moeite waard. We zetten de volgende ochtend koers en sneller dan verwacht rijden we het park binnen. Na onze tent te hebben opgezet op de gratis camping, rijden we naar de trailhead voor de White House Trail. Dit pad leidt vanaf de rand omlaag de kloof in naar de White House Ruins, de overblijfselen van een eeuwenoude in de rotswand uitgehouwen nederzetting. De kloof zelf wordt tot op de dag van vandaag nog bewoond door de lokale Navajobevolking. De hike overtreft alle verwachtingen. Hoewel het pad veel korter, en minder steil is dan de South Kaibab Trail in de Grand Canyon, is de omgeving hier veel gevarieerder: van grillige rotspunten tot supergladde glooiende "slickrock", onze ogen weten opnieuw niet waar ze moeten kijken. Eenmaal beneden is de ruïne inderdaad mooi om te zien maar wij zijn toch meer onder de indruk van de overweldigende natuur. Tijdens de klim terug naar boven genieten we voor de tweede keer van al die bizarre vormen en lijnen in de rotsen. En we hebben al deze natuurpracht bijna voor onszelf want we komen slechts een handjevol andere toeristen tegen.

White House Ruins Canyon de Chelly


Na met de auto nog wat uitzichtpunten langs de South Rim te hebben bekeken, nestelen we ons op de camping. Het weer is inmiddels lekker en veel minder koud, helaas steekt er echter een woestijnstorm op. We zien de stofwolk in de verte al aankomen en al snel waaien we bijna ons hemd uit. Binnen no time dringt de stofwolk ook de tent binnen en liggen onze slaapzakken onder een dijk zand. We zitten de storm uit en gelukkig gaat de wind 's avonds weer liggen. Ondertussen verbazen we ons over wat voor volk deze gratis camping aantrekt: naast een handjevol toeristen, is het een komen en gaan van locals die het sanitair gebruiken, de camping rondrijden, ergens parkeren, en zonder de auto te verlaten, een uur later weer vertrekken. Vreemd. We slapen echter als een roos want voor het eerst is het 's nachts niet steenkoud. Ook wel eens lekker!

20110402-Cottonwood-0004De vakantie loopt nu rap ten einde en we zetten koers terug richting Phoenix. Daar is inmiddels een hittegolf bezig en in korte broek zetten we de tent op in Cottonwood. Het is een prachtige camping in het Dead Horse Ranch State Park, en we kunnen voor het eerst 's avonds lekker buiten zitten met een biertje, zonder onderkoeld te raken. De vakantiestemming bereikt een hoogtepunt maar het zit er nu echt op: de volgende dag rijden we rustig naar Phoenix, waar we na nog een nachtje in een motel, 's morgens vroeg weer op het vliegtuig stappen naar Montreal, waar de winter nu hopelijk echt voorbij is.